Hooghuys Organ Pages
 
Deel 2: van kerk- naar draaiorgel
Op 14 mei 1856 werd het bekendste lid in de Hooghuysfamilie geboren: Louis François Hooghuys. Hoewel hij zijn sporen reeds verdiend had in de kerkorgelbouw (op dit gebied leerde hij veel van zijn vader en in de firma Anneessens te Geraardsbergen), besloot hij op een bepaald moment over te schakelen naar de bouw van mechanische cilinderorgels. Aldus werd in 1880 de Manufacture d'orgues mécaniques Louis Hooghuys opgericht: dit was meteen één van de eerste bedrijven in dit vakgebied in België! Aanvankelijk huurde Louis een atelier in de Molenstraat te Geraardsbergen maar uiteindelijk verhuisde hij in 1882 naar de Place de la Station in dezelfde stad.
 
Louis François Hooghuys (1865-1924)   Naamkaartje Louis Hooghuys   Naamkaartje Louis Hooghuys Stempel Louis Hooghuys   Factuur Louis Hooghuys
Louis François Hooghuys
(1865-1924)
Naamkaartje van Louis Hooghuys toen het bedrijf nog aan de Molenstraat was gevestigd
Naamkaartje en stempel van Louis Hooghuys met het nieuwe adres aan de Place de la Sation. het kaartje vermeldt verkoop én verhuur: Hooghuys verhuurde inderdaad ook orgels, mét mogelijkheid tot aankoop op afbetaling.
 
Factuur van Louis Hooghuys gedateerd op 17 januari 1906. Er wordt niet alleen melding gemaakt van de restauratie van een Harmoniflûte-orgel maar eveneens van de verhuur van orgels van verscheidene grootte en herkomst.
 
 
De werklui werden op een – voor die tijd – zeer menselijke manier behandeld, getuige daarvan het werkreglement (.pdf, 102kb): er is o.a. sprake van een flexibele regeling van de werkuren.
Op zijn hoogtepunt telde het bedrijf ongeveer 15 werklui. Jammer genoeg zijn veel documenten hieromtrent verloren gegaan tijdens de Eerste Wereldoorlog: toen waren Duitse soldaten immers in het fabrieksgebouw ingekwartierd (dit verlies maakt het eveneens moeilijk te schatten hoeveel instrumenten Hooghuys effectief gebouwd heeft). Het is alleszins opvallend dat meerdere personen die nadien actief waren in de Geraardsbergse muziekinstrumentenbouw, hun eerste stappen hebben gezet bij Hooghuys. Een voorbeeld is Theodorus Bruylandt, die nadien o.a. cilinderpiano's zou verkopen. Verder waren ook tal van familieleden van Louis François actief in het bedrijf: zo bv. zijn broer Edgard Georges Hooghuys, die actief was als 'pinner' van orgelcilinders en noteur van de orgelboeken. Naast Edgard waren ook twee andere broers van Louis tewerkgesteld in de firma: François Louis (1858-?) hield zich bezig met het pijpwerk terwijl Edouard Joseph (1862-1925) zich bezighield met het pneumatische gedeelte van de orgels. Victor Valère Hooghuys (1904-1978) - de zoon van Edgard Georges - werkte ook gedurende een tijd in de fabriek van zijn oom, waar hij o.a. orgelboeken kapte.
 
Personeelsfoto van de firma Hooghuys     Commentaar Theodorus Bruylandt
Het personeel van de firma Hooghuys aan de Place de la Station.
Van links naar rechts: Edouard Joseph Hooghuys, Charles François Hooghuys, ?, René Van Hoorde, ?, ?, Julius Bartholomeus Vander Beken, ?, ?, Ivo De Pelsemaecker, Charles Merckaert, Theophile Van Snick, Edgard Georges Hooghuys, Victor Gaublomme, Franciscus Louis Hooghuys
   
Commentaar van Theodorus Bruylandt in de windlade van de xylofoon van een Hooghuysorgel (LH620). De tekst luidt:
18 Auguste 1914 - Oorlog van Europa
Th.Bruylandt Grammont
België Frankrijk Engeland | tegen Pruisen
De Duitsche Barbaaren | zullen geklopt worden.
Leve België

Th.Bruylandt was overigens gehuwd met een zuster (Jeanette) van Louis François Hooghuys.
   
 
Aanvankelijk werden in het bedrijf enkel cilinderorgels gebouwd; grote exemplaren zijn echter niet bewaard, tenzij op foto. Het eerste boekorgel werd geleverd omstreeks 1900 en was vrij bijzonder, aangezien het van cilinder- naar boekorgel was omgebouwd, waarbij echter de mogelijkheid om met cilinders te spelen behouden bleef (d.m.v. een dubbele mechaniek). Vanaf dat moment bouwde de firma Hooghuys verschillende types van orgels: kleine en 'gewone' kermisorgels alsook dansorgels. Er werden niet alleen nieuwe instrumenten gebouwd: Hooghuys repareerde en restaureerde ook orgels van andere bouwers (Bruder, Gavioli, …). Deze laatste activiteiten lijken – op basis van bewaarde werklijsten – een grotere omvang te hebben gehad dan de eigenlijke nieuwbouw.

In vergelijking met andere bouwers als bv. Mortier, werden bij Hooghuys relatief weinig instrumenten vervaardigd. Aan de bouw van een nieuw orgel werd enkel begonnen na zorgvuldige raadpleging van de klant i.v.m. diens wensen; bovendien speelde ook de 'wil' van Louis Hooghuys mee: niet alles kon immers zomaar gebouwd worden! Er werd steeds een voorschat gevraagd. Deze hele 'procedure' ligt wellicht mee aan de basis van het kleine aantal instrumenten. Anderzijds bouwde Hooghuys zowel in binnen- als buitenland vrij snel een goede reputatie op, getuige daarvan o.a. het feit dat hij een nieuw orgel leverde aan de Nederlandse carrouseleigenaar L.Vincken; bovendien bestelde de te London gevestigde orgelbouwer Chiappa meerdere instrumenten bij Hooghuys. De persoon die in Engeland verantwoordelijk was voor de assemblage van deze instrumenten (meestal geleverd zonder front), was Julius Bartholomeus Vander Beken: deze zou later zelf een orgelfabriek(je) oprichten te Edingen (Enghien, B), waar echter vermoedelijk slechts weinig instrumenten werden vervaardigd (er zijn er alleszins maar een handvol overgebleven …).

Van massaproductie was bij Hooghuys in elk geval geen sprake: bijna elk onderdeel werd met de hand vervaardigd, en geen twee orgels waren ooit identiek hetzelfde. Bepaalde onderdelen – zoals trommels, beeldhouwwerk, metalen pijpen – werden wel bij externe leveranciers besteld. Hierbij komen bekende namen terug, zoals Laukhuff uit Duitsland (voor loden leidingen), Devos (voor beeldhouwwerk) en Moeremans (voor trommels) uit Gent, … Daarbij valt op dat er voor verscheidene onderdelen wel eens van leverancier veranderd werd: dit wijst erop dat Louis François niet alleen altijd de meest kwalitatieve maar tegelijk ook de voordeligste aanbieders zocht. Op dezelfde manier zocht hij voortdurend naar een betere combinatie en dispositie van het pijpwerk, met als resultaat dat elk orgel een meesterwerk op zich was. Zeker is ook dat Hooghuys contacten onderhield met buitenlandse – vooral Duitse – firma's, vooral orchestrionbouwers als Imhof & Mukle en Hupfeld.

 
  Factuur A.Devos - Gent   Factuur August Laukhuff - Duitsland   Briefomslag L.Hooghuys aan L.Hupfeld  
Factuur van 24 maart 1900 van de bekende beeldhouwer Alexandre Devos te Gent voor de beschildering en vergulding van 5 beelden
Factuur van 24 augustus 1906 van August Laukhuff voor de levering van loden leidingen. Nog steeds is Laukhuff in Europa dé leverancier voor allerlei orgelonderdelen.
(Lege) briefomslag gericht
aan de Duitse piano- en orchestrionbouwer
Ludwig Hupfeld te Leipzig.
   
« Deel 1: het begin
Deel 3: aan alles komt een einde ... »
Pagina laatst bijgewerkt op 23.08.2006